Dit project richt zich op het verder ontwikkelen van een alternatieve, innovatieve aanpak voor bodemsanering, specifiek gericht op bodemtypes waar traditionele saneringstechnieken te duur, ingrijpend of moeilijk uit te voeren zijn (bv. licht tot matig vervuilde bodems, landbouwgrond, moeilijk toegankelijke terreinen, …).
Concreet concentreet het project zich op twee veelbelovende processen, nl. fytoremediatie en pyrolyse, die zorgvuldig geëvalueerd zullen worden op technische haalbaarheid, effectiviteit en efficiëntie. Enerzijds zal in een veldproef tijdens meerdere teeltcycli onderzocht worden in hoeverre industriële hennep PFAS in bepaalde delen van de plant kan accumuleren (fytoremediatie). Naast het optimaliseren van de PFAS-opname door de plant, zal er ook actief ingezet worden op innovatieve monitoring van meerdere milieucompartimenten (grondwater, bodem, plant) om PFAS tijdens het saneringsproces nauwkeurig te kunnen traceren. Na oogst van de hennep zullen de met PFAS verontreinigde plantdelen (bv. bladeren) in een daaropvolgende pilootproef onderworpen worden aan pyrolyse waarbij naar optimale vernietiging van PFAS gestreefd wordt.
De meerwaarde van het voorgestelde project ligt echter niet alleen in de innovatieve saneringsaanpak voor PFAS (en bij uitbreiding andere zorgwekkende stoffen), maar ook in een bredere waardecreatie op economisch, ecologisch, sociaal en maatschappelijk vlak. Het gebruik van fytoremediatie en pyrolyse in combinatie met industriële hennep kan namelijk tot diverse ecosysteemdiensten (bv. opwaardering bodem, koolstofopslag, milieubewustzijn, …) leiden. Het consortium is ervan overtuigd dat juist dit holistische karakter een krachtig voorbeeld vormt voor het aanpakken van mondiale uitdagingen.

Tussentijdse resultaten:
Binnen HEMP4PFAS werden potproeven in de serre uitgevoerd om het potentieel van industriële hennep voor het beheer van met PFAS verontreinigde grond te beoordelen, waarbij gebruik werd gemaakt van bodem afkomstig van de veldproeflocatie te Ranst (brandweeropleidingscentrum). Tot op heden zijn twee teeltcycli afgerond. De laboratoriumresultaten van de eerste teeltcyclus werden opgeleverd, terwijl de laboanalyses van de tweede cyclus momenteel nog in uitvoering zijn. De resultaten tonen aan dat industriële hennep PFAS kan opnemen en accumuleren in plantweefsels, met de hoogste concentraties in de bladeren (tot 750 µg/kg DS inbladeren versus tot 28 µg/kg DS in de stengels en tot 125 µg/kg DS in wortels – totale PFAS).
Hoewel de opname van PFAS door planten werd bevestigd, met name voor verbindingen met een korte keten PFAS, bleef de totale verwijderingsefficiëntie beperkt. De resultaten wijzen er op dat de capaciteit voor snelle bodemsanering via fytoremediatie beperkt is. Er werden onverwachte stijgingen van de PFAS-concentraties in de bodem waargenomen, wat de complexiteit van de PFAS-dynamiek en de noodzaak van verbeterde experimentele controle onderstreept.
Daarnaast werd vastgesteld dat biomassaontwikkeling een belangrijke rol speelt in de opname van PFAS door planten. De verschillen tussen behandelingen (toevoeging additieven) op PFAS-verontreinigde bodem bleken beperkt, terwijl duidelijke verschillen werden waargenomen tussen PFAS-verontreinigde en niet-verontreinigde bodem.
De resultaten suggereren dat PFAS-verontreinigde landbouwgronden mogelijk nog productief kunnen worden gebruikt, op voorwaarde dat langdurige teelt geen negatieve impact heeft op de grondwaterkwaliteit en dat de geproduceerde biomassa veilig kan worden verwerkt en gevaloriseerd.
Op basis van de huidige bevindingen werd besloten het potexperiment uit te breiden met een nieuwe test en bijkomende analyses. In het vervolg van het project zal ook meer aandacht worden besteed aan het lange termijn gebruik van verontreinigde landbouwgronden en de valorisatie van de geproduceerde biomassa.
De experimenten hebben enkele belangrijke inzichten opgeleverd:
Een veldtest werd in mei 2026 opgestart en pyrolysetesten worden voorbereid.
Status
Looptijd
01/12/2024
-
30/11/2027
Locatie
Website
Coördinator
C-Biotech
Ingmar Nopens
Tussentijdse resultaten:
Binnen HEMP4PFAS werden potproeven in de serre uitgevoerd om het potentieel van industriële hennep voor het beheer van met PFAS verontreinigde grond te beoordelen, waarbij gebruik werd gemaakt van bodem afkomstig van de veldproeflocatie te Ranst (brandweeropleidingscentrum). Tot op heden zijn twee teeltcycli afgerond. De laboratoriumresultaten van de eerste teeltcyclus werden opgeleverd, terwijl de laboanalyses van de tweede cyclus momenteel nog in uitvoering zijn. De resultaten tonen aan dat industriële hennep PFAS kan opnemen en accumuleren in plantweefsels, met de hoogste concentraties in de bladeren (tot 750 µg/kg DS inbladeren versus tot 28 µg/kg DS in de stengels en tot 125 µg/kg DS in wortels – totale PFAS).
Hoewel de opname van PFAS door planten werd bevestigd, met name voor verbindingen met een korte keten PFAS, bleef de totale verwijderingsefficiëntie beperkt. De resultaten wijzen er op dat de capaciteit voor snelle bodemsanering via fytoremediatie beperkt is. Er werden onverwachte stijgingen van de PFAS-concentraties in de bodem waargenomen, wat de complexiteit van de PFAS-dynamiek en de noodzaak van verbeterde experimentele controle onderstreept.
Daarnaast werd vastgesteld dat biomassaontwikkeling een belangrijke rol speelt in de opname van PFAS door planten. De verschillen tussen behandelingen (toevoeging additieven) op PFAS-verontreinigde bodem bleken beperkt, terwijl duidelijke verschillen werden waargenomen tussen PFAS-verontreinigde en niet-verontreinigde bodem.
De resultaten suggereren dat PFAS-verontreinigde landbouwgronden mogelijk nog productief kunnen worden gebruikt, op voorwaarde dat langdurige teelt geen negatieve impact heeft op de grondwaterkwaliteit en dat de geproduceerde biomassa veilig kan worden verwerkt en gevaloriseerd.
Op basis van de huidige bevindingen werd besloten het potexperiment uit te breiden met een nieuwe test en bijkomende analyses. In het vervolg van het project zal ook meer aandacht worden besteed aan het lange termijn gebruik van verontreinigde landbouwgronden en de valorisatie van de geproduceerde biomassa.
De experimenten hebben enkele belangrijke inzichten opgeleverd:
Een veldtest werd in mei 2026 opgestart en pyrolysetesten worden voorbereid.
Technologie(ën) beschouwd in project
Milieucompartimenten
Type activiteit
Type zorgwekkende stof
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.