Oproep 2026

CIST-2026 Projectoproep

Inleiding

Op 19 oktober 2026 lanceerden VLAIO & KIS de derde oproep voor projectvoorstellen Innovatieve Saneringstechnieken (CIST-2026)

  • Vlaanderen investeert in innovatieve saneringstechnieken. Daarvoor wordt een bedrag van 2.000.000,- Euro uitgetrokken. Doel is om de ontwikkeling van nieuwe en innovatieve saneringstechnieken voor de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen, in het bijzonder PFAS, te versnellen en toe te passen.
  • Zoals omschreven in het door VLAIO gepubliceerde oproepdocument, betreft het een oproep voor coöperatieve innovatieprojecten via de VLAIO onderzoeks– en ontwikkelingsprojecten.
  • Projecten binnen deze oproep kunnen uitsluitend worden ingediend wanneer ze aansluiten bij het gedefinieerde thema en expliciet worden gedragen door KIS. Deze betrokkenheid moet worden aangetoond via een begeleidend schrijven van KIS.
  • KIS fungeert aldus als voorportaal en hanteert hierbij de hieronder gespecifieerde criteria en aanpak.
   
Op 28 oktober organiseren we een digitaal infomoment. Inschrijven kan via deze link.
 

Criteria en aanpak gehanteerd door KIS

Algemene criteria & aanpak:

KIS-projecten dienen bij te dragen aan de doelstellingen van de KIS v.z.w., zijnde:

  • Versneld komen tot technologische oplossingen voor aanpak van zorgwekkende stoffen;
  • Samenwerking bevorderen tussen KIS-leden uit verschillende actoren;
  • Delen van de resultaten en leerlessen;
  • Centraliseren van kennis; en
  • Valorisatie van deze kennis in Vlaanderen en door Vlaamse organisatie in het buitenland.

Als kenniscentrum is een grondige monitoring van de impact van saneringstechnieken belangrijk en zijn data gebaseerde conclusies cruciaal.  Daarom zet KIS in op de evaluatie van projectresultaten door derden.

Overzicht:

  • De projectoproep richt zich op consortia van organisaties met een exploitatiezetel in Vlaanderen.
    • Het consortium omvat minimaal 2 ondernemingen die optreden als projectaanvragers.
    • Het consortium bestaat uit partners van minstens twee verschillende types actoren.
    • De deelname van een kennisinstelling, bij voorkeur als onderzoekspartner, is verplicht. Een actieve en inhoudelijke betrokkenheid van de kennispartner is essentieel. Minstens 10% van het projectbudget wordt toegewezen aan de kennispartner.
    • Alle deelnemende ondernemingen en kennisinstellingen zijn, of worden uiterlijk vóór de indiening van de aanvraag bij KIS, lid van de KIS vzw.
    • Onderaanneming aan Vlaamse partijen is mogelijk, maar de kernactiviteiten van het project moeten worden uitgevoerd door de consortiumleden zelf. Onderaanneming aan een buitenlandse partij is enkel toegestaan mits een duidelijke motivering en indien de vereiste expertise of dienstverlening niet beschikbaar is in Vlaanderen.
  • Projectduur: Bij voorkeur is de projecttijd maximaal 24 maanden. Een langere looptijd (maximaal 36 maanden) dient gejustifieerd te worden.
  • De maximale financiering per project bedraagt 500 keuro. Hogere bedragen kunnen uitzonderlijk aanvaard worden (bv bij grotere consortia).
  • Verwachtingen naar kennisdeling:
    • Bij de start van het project bezorgt het consortium een projectbeschrijving voor opname in de KIS-projectendatabank.
    • Het consortium presenteert jaarlijks de voortgang en tussentijdse resultaten tijdens een KIS-workshop.
    • Tijdens en na afloop van het project stelt het consortium publiceerbare, niet-confidentiële resultaten, leerpunten en conclusies ter beschikking voor opname in de KIS-databank.
  • Verwachtingen met betrekking tot betrokkenheid KIS:
    • KIS wordt uitgenodigd voor deelname aan start en eindvergadering (en tussentijdse overleg i.f.v. projectduur).
    • Het consortium deelt resultatenrapporten met KIS die een data-gebaseerde evaluatie van de eindconclusies en leerlessen mogelijk maken. Rapporten kunnen als confidentieel beschouwd maar dienen een publiceerbare informatieve samenvatting te bevatten.
  • Openheid van het consortium voor de bijsturing van projectactiviteiten in functie van nieuwe kennis, voortschrijdende inzichten en technologische ontwikkelingen.
  • Het voorstel wordt bij voorkeur opgemaakt in het Nederlands
  • Ter ondersteuning van de aanpak van zorgwekkende stoffen, en specifiek PFAS, beoogt KIS om projecten te ondersteunen die mikken op het ontwikkelen en demonstreren van innovatieve saneringstechnieken voor sediment, lucht, water en/of bodem. Via deze oproep wordt, complementair aan de reeds lopende (KIS-)projecten, in eerste instantie gemikt naar lancering van projecten voor aanpak van PFAS (en andere zorgwekkende stoffen) in lucht en in vervuild slib en sediment.
    • Topic 1: Oplossingen voor PFAS-bevattend slib/sediment
      • Ex-situ of in-situ aanpak om 1) de te storten hoeveelheid slib te reduceren en 2) te komen tot meer duurzame oplossingen
      • Aandacht voor brede waaier aan PFAS-moleculen, inclusief ultrakorte ketens en andere afbraakproducten.
      • Pluspunt: hergebruik van de slibstromen, circulaire aspect
    • Topic 2: Reductie van uitstoot van PFAS via lucht (b.v. via schouwen of aerosolen van waterzuivering)
      • Uitstootdata voor PFAS gekend voor gekozen demonstratielocatie.
      • Inschatting van huidige impact van het probleem & beoogd effect van sanering in te sluiten in projectvoorstel.
      • Aandacht voor brede waaier aan PFAS-moleculen, inclusief ultrakorte ketens en andere afbraakproducten.
  • Ontwikkeling van nieuwe monitoringstechnieken valt buiten de scope van deze oproep. Innovatieve monitoringstechnieken kunnen wel ingezet worden om de goede werking van de sanerings- en zuiveringstechnieken gekoppeld aan bovenstaande topics, te evalueren in parallel/aanvullend aan klassieke meetmethodes.
  • Ingediende projectvoorstellen dienen complementair te zijn met reeds lopende projecten (KIS-projecten en andere projecten).
  • Op basis van de aantal aanmeldingen en indieningen, kan beslist worden om in de loop van 2027 nieuwe topics toe te voegen waarvoor met een aangepaste tijdslijn voor indiening van de aanvragen. De KIS roadmap vormt een leidraad voor de keuze van de topics, alsook beleidsnoden.

  • Wat de validatie van innovatieve sanerings- en zuiveringstechnieken betreft zijn een aantal niveaus te onderscheiden die elk een andere validatie aanpak vragen:
    • Niveau 1: Theoretische evaluatie van een technologie.
    • Niveau 2: Evalueren & valideren van het polluent verwijderingsmechanisme in gecontroleerde omgeving, in parallel met controles (Lab-testen).
    • Niveau 3: piloottesten in het veld met intense monitoring zowel wat betreft het aantal monitoringspunten als de te bepalen parameters.
    • Niveau 4: Grootschalige toepassing.

  • Deze oproep beoogt ondersteuning van activiteiten om saneringstechnieken van niveau 2 naar niveau 3 te brengen. Dit houdt in dat informatie omtrent de theoretische evaluatie van de saneringstechniek beschikbaar is alsook testresultaten die het saneringsprincipe bewijzen. De oproep is dus toegespitst op technologieën die (bijna) klaar zijn voor evaluatie in het veld (TRL 5 & 6) met eventueel een bevestigende validatietest in het lab voor een specifieke case (TRL4).
  • Projecten met als hoofddoelstelling fundamenteel onderzoek en/of puur productontwikkeling vallen niet onder deze oproep. Aanvragen die grotendeels gericht zijn op investeringen worden ook uitgesloten.

In de uitwerkingsfase van de projectvoorstellen wordt getracht de vorming van complementaire consortia en de uitwerking van sterke projectvoorstellen te faciliteren. Als onderdeel van dit proces is de vooraanmelding een belangrijke stap.

Wat omvat een vooraanmelding?

  • Vooraanmeldingen kunnen ingediend worden door consortia, deelconsortia of individuele organisaties (ondernemingen, kennisinstellingen, overheden, federaties, …);
  • Omschrijving van het projectidee;
  • Duiding van de innovatieve sanerings/zuiveringstechnologie(ën);
  • Rol/bijdrage van elke organisatie;
  • Duiding beoogde impact;

—

Doel van de vooraanmelding:

  • Mogelijkheden bieden aan diverse organisaties om een projectidee naar voor te brengen;
  • Inventarisatie van de ideeën en het aantal te verwachte voorstellen;
  • Inventarisatie van noden en behoeftes van consortia/organisaties, die de basis vormen voor de uitwerking van matchmaking activiteiten of gerichte andere ondersteuning; en
  • Mogelijkheid voor indieners om in een vroege fase een niet-bindend advies te ontvangen

—

Template vooraanmelding – link

Het uitgewerkte dossier dat aan KIS moet worden bezorgd (via e-mail aan info@kis.vlaanderen.be) bestaat uit drie documenttypes waarvoor templates ter beschikking worden gesteld:

—

Informatie op te nemen in de aanvraag:

Inhoudelijke aspecten:

  • Omschrijf hoe het ingediende project voldoet aan de gestelde focus;
  • Lijn het toepassingsgebied van de saneringstechniek(en) goed af.
  • Beschrijf hoe het consortium met het project een concrete bijdrage wil leveren aan het ontwikkelen en demonstreren van innovatieve saneringstechnieken en knowhow in Vlaanderen;
  • Besteed aandacht aan de kwaliteit van het werkplan.
    • Beschrijf een duidelijk uitgewerkte planning, met een opsplitsing van de activiteiten in logische duidelijk afgelijnde werkpakketten.
    • Per werkpakket wordt de planning en te verwachten output (deliverables en mijlpalen) uitgewerkt.
    • Per werkpakket blijkt duidelijk welke rollen en engagementen er opgenomen worden door welke partners.
    • Per werkpakket dient een realistische budgetraming opgesteld te worden, die opgesplitst is naar aard van de kost en naar individuele bijdrage van de partners.
  • Zijn er voldoende en adequate metingen voorzien om de impact van de sanering goed te evalueren?
  • Omschrijf de meetmethodes voor PFAS (en potentiële afbraakproducten) die voorzien worden om de impact van saneringstechnieken te beoordelen.
  • Werd voldoende aandacht besteed aan eventueel gevormde nevenproducten?
  • Omschrijf waar de testen zullen uitgevoerd worden. Demonstraties in het veld en testen dienen te gebeuren op terreinen gelegen in Vlaanderen die voldoende generiek zijn voor replicatie van de resultaten.

—

Innovatief karakter:

  • In welke mate overstijgen de voorgestelde activiteiten de state-of-the-art?
  • Welke onderzoeksuitdagingen en risico’s zijn er voor de voorgestelde activiteiten?
  • Het kan gaan om totaal nieuwe technieken en processen die toegepast worden op het terrein in de strijd tegen de PFAS-verontreiniging. Wat zijn dan nog de uitdagingen en risico’s?
  • Het kan gaan om een nieuwe combinatie van bestaande technieken en processen in de strijd tegen de PFAS-verontreiniging.
  • Innovatie monitoringstechnieken kunnen ingezet worden om de goede werking van de saneringstechnieken beter/sneller te kunnen evalueren dan met bestaande technieken.
  • Welke winst werd geboekt wat duurzaamheid van de oplossing betreft?

—

Impact en economische-, sociale- en maatschappelijke relevantie:

  • Welke winst wordt verwacht wat duurzaamheid van de oplossing betreft?
  • Is dit project opschaalbaar en bruikbaar voor andere actoren in het veld?
  • Wat is de voorbeeldwaarde voor wat betreft de impact van het project op het aanpakken van PFAS in de maatschappij?
  • Welke indicatoren worden gebruikt voor de opvolging van het project en de impact ervan?
  • Heeft het project ook een sociale meerwaarde? Hoe wordt voor maatschappelijk draagvlak gezorgd?
  • Welke goede praktijken kunnen gedeeld worden?
  • Voorzie een geschikte manier om vastgestelde knelpunten en leerlessen te inventariseren, te illustreren en te communiceren met KIS, alsook met de buitenwereld.
  • Welke business case wordt beoogd?

—

Consortium:

  • Omschrijf de rol van elke partner en geef aan waarom de partners de geschikte partijen zijn om die rol op zich te nemen.
  • Beschrijf de samenwerking tussen de partners.
  • Gaat het project voorbij de bedrijfspoort en de eigen comfortzone?
  • Welke afspraken zijn er rond IPR of verdere uitrol van de technologie?
  • Verantwoord de eventuele inzet van onderaannemers.

De toetsing van het dossier door KIS gebeurt aan de hand van correct en volledig ingevulde templates. Indien nodig geacht, kan KIS kandidaten uitnodigen voor een mondelinge toelichting van het project.

De projecten dienen te voldoen aan de gestelde criteria en worden qua inhoud op de volgende kenmerken afgetoetst.

  • Inhoudelijke geschiktheid van het voorgestelde project om tot oplossingen te komen voor PFAS in Vlaanderen en specifiek rond de gestelde focus van deze oproep.
  • De adequaatheid van het voorgestelde werkplan van het project. De projectindiener maakt, samen met de projectpartners, een projectomschrijving en budgetraming, rolverdeling en tijdsplanning op via de vragen van het indienformulier. Dit wordt beoordeeld op aanpak. Het samenwerkingsverband moet kwaliteitsvol zijn en wordt beoordeeld op relevantie voor het project.
  • De verhouding prijs/prestaties van het project. In elk geval geldt het billijkheidsprincipe: het project met een goede verhouding prijs/prestatie wordt beter gerangschikt.
    • Het budget is in lijn met het werkplan en realistisch om de doelstellingen te bereiken.
    • In de aanvraag wordt aangegeven op welke wijze het niet-subsidiabele deel van het project wordt gefinancierd. De financiering hiervan kan op verschillende manieren ingevuld worden, bijv. eigen inbreng, projecteigen opbrengsten, sponsoring in geld of sponsoring in natura.
    • De aangegeven kosten voor personeel en/of onderaanneming zijn in lijn met de normale verloning in de betrokken sector en voor de voorgestelde profielen. In de kostenstructuur binnen het project wordt aangetoond dat de kosten gemaakt worden om de aanpak van PFAS via innovatieve saneringstechnieken te financieren.
  • Beoordeling van de potentiële impact van het project gebeurt op basis van de aangeleverde informatie betreffende, o.a.:
    • Opschaalbaarheid van de saneringstechnologie.
    • Bruikbaarheid van de technologie door andere actoren in het veld (replicatiepotentiaal)
    • De duurzaamheid
    • De potentiële besparing in kosten
    • Sociale- en maatschappelijke relevantie
    • Business case
  • Kwaliteit van het consortium
    • Biedt de wisselwerking en de ervaring (binnen het project) voldoende garantie tot een succesvolle uitrol?
    • Wordt een voldoende breed partnerschap gevormd?
    • Is er een billijke verdeling van de fondsen binnen het consortium?
    • Is de inzet van onderaannemers gejustifieerd?

Criteria gehanteerd door VLAIO

De volledige evaluatieprocedure en -criteria zijn beschreven in het “toelichtingsdocument ontwikkelingsprojecten, onderzoeksprojecten en haalbaarheidsstudie”.

Voor de oproep specifieke afwijkingen wordt verwezen naar het oproepdocumenten op de VLAIO website.

  

Veel gestelde vragen

In principe kunnen zowel ondernemingen, kennisinstellingen, federaties en overheden deel uitmaken van een consortium, in zoverre ze 1) een duidelijk rol en toegevoegde waarde hebben in het project en 2) lid zijn/worden van de KIS vzw.  Niet alle organisatie komen echter in aanmerking voor subsidie. Conform het O&O instrument, kunnen enkel ondernemingen die in aanmerking komen voor steun als aanvrager fungeren. Onderzoeksorganisaties kunnen deelnemen als onderaannemer/onderzoekspartner. 

Het steunpercentage is functie van het type onderneming, type consortium en type activiteit.

Voor een ontwikkelproject binnen de CIST-2026 voorwaarden bedraagt de subsidie:

  • 60% voor kleine ondernemingen
  • 50% voor middelgrote ondernemingen
  • 40% voor grote ondernemingen

—

De percentages liggen hoger dan bij de klassieke O&O-projecten. Voor meer details wordt naar de VLAIO oproepdocumenten verwezen.

Downloads

Template vooraanvraag

Template voor uitwerking projectvoorstellen

Ondertekeningdocument