Niet-thermisch plasma en schuim-gebaseerde remediatie van PFAS-bevattend grondwater

p-FRESCO

Demonstratieproject rond grondwatersanering goedgekeurd binnen de CIST-2024-I oproep met steun van Vlaanderen, OVAM en KIS.

Consortium partners:

 

Organisatie Land Website
1 Jan De Nul België www.jandenul.com
2 Tectero België www.tectero.com
3 VITO NV België www.vito.be
4 Vopak Energy Park Antwerp België www.vopak.com

Doelstellingen van het project:

In dit innovatieproject wordt een demonstratie gegeven op het veld van de gecombineerde waterzuiveringstechniek van opconcentratie via schuimfractionation en destructie via niet-thermische plasma. Deze technieken zullen ingezet worden voor de zuivering van met PFAS verontreinigd grondwater in een bronzone op het terrein van Vopak in de Antwerpse haven (VEPA site). Er zal worden getest of de hoge concentraties aan PFAS (in hoofdzaak 6:2 FTS) op een BATNEEC wijze kunnen gezuiverd worden tot onder de lozingsnormen maar tegelijkertijd zal het effect van de andere verontreinigingen (minerale olie, BTEX) en nevenparameters op het proces worden geëvalueerd. Via innovatieve analysetechnieken van VITO zal een fit-for-purpose strategie worden gevolgd voor de opvolging van het zuiveringsproces. Hierbij zal aandachtig gekeken worden naar de afbraakproducten en de interferentie van andere stoffen op de meetbaarheid van de individuele componenten en zal de efficiëntie van het proces nauwgezet geanalyseerd worden.

Met dit project zal worden getracht een breder beeld te vormen van de toepasbaarheid van de opconcentratie- en destructietechnieken op grotere schaal en worden bepaalde aandachtspunten benadrukt zoals de interferentie van andere parameters op de processen en de vorming van afbraakproducten die met de standaard analysetechnieken niet worden gemeten. Daarnaast wil het consortium met dit project aantonen dat deze technieken opschaalbaar zijn en in full scale projecten zullen kunnen toegepast worden in de nabije toekomst.

 

 

Werkplan:

Testlocaties:

Industrieel terrein in de haven van Antwerpen – brandoefenzone.

PFAS is aanwezig in een petroleumverontreiniging.

Resultaten/Bevindingen:

Tussentijdse resultaten:

Analysetechnieken:

De analytische ondersteuning die VITO levert aan het pFRESCO project laat toe om de performantie van de gebruikte remediëringstechniek te evalueren. Het gebruik van de standaard PFAS analysemethoden laat toe om een kwantitatieve meting uit te voeren van de aanwezige PFAS verbindingen. Om mogelijke omzettingen van PFAS verbindingen te onderzoeken, werden eveneens non-targeted analyse of niet-gericht analyse (NTA) en een ‘total oxidisable precursor assay’ of totaal-oxideerbare precursor (TOPA) analyse uitgevoerd.

De aanwezigheid van schuimvormende verbindingen bleek een zeer beperkte invloed te hebben op de meting van PFAS verbindingen in de stalen, in het bijzonder in het schuim concentraat. Dit valt mogelijk te verklaren door de toegepaste verdunning of door het gebruik van vaste-fase extractie met een anionenwisselaar. Enerzijds zal door het verder verdunnen van stalen eveneens de concentratie van matrixverbindingen verlaagd worden, waardoor ook potentieel hun invloed op de meting vermindert. Anderzijds wordt een staalopzuivering toegepast, initieel met een anionenwisselaar en later een anionenwisselaar in combinatie met GCB (graphitized carbon black). Deze staalopzuivering blijkt effectief om de matrixachtergrond voldoende te beperken en zo een robuuste meting mogelijk te maken.

 

Foam Fractionation:

1/ Proefopstelling: De test bestond uit een continue doorstroomtest waarbij zowel het effluent als de schuimstroom werden opgevangen. Gedurende de test werden de niet-variabele operationele parameters continu gemonitord en bijgestuurd om hun constantheid te waarborgen. De belangrijkste parameters waren de hydraulische verblijftijd in de reactor, het geïnjecteerde luchtdebiet en de schuim/influent-ratio.

De test werd opgezet in drie opeenvolgende stappen:

  • Stap 1: Foam fractionation op het ruwe bemalingswater.
  • Stap 2: Foam fractionation op het effluent afkomstig uit stap 1.
  • Stap 3: Foam fractionation op het schuim afkomstig uit stap 1 en stap 2.

2/ Resultaten test 1

  • De resultaten van stap 1 tonen aan dat foam fractionation zonder additief in een hoge verwijderingsefficiëntie resulteert voor 6:2 FTS, PFHxS, PFOA en PFOS. In stap 2 worden diezelfde componenten opnieuw aan een hoog rendement verwijderd. De problematische PFAS bij foam fractionation zonder additief waren PFPeA, PFHxA, PFBA en PFHpA.
  • Foam fractionation op de neergeslagen primaire schuimfractie (uit stap 1 en stap 2) haalde een goede opconcentratie voor de meeste PFAS. De componenten die slecht opconcentreerden in stap 1 en stap 2 worden bij stap 3 opnieuw beperkt opgeconcentreerd. De samenstelling van het effluent na stap 3 is vergelijkbaar met het originele bemalingswater (= influent stap 1). Dit effluent is bijgevolg geschikt om te recirculeren naar het influent. Netto wordt de bulk aan PFAS dus geconcentreerd in 5% van het originele volume.
  • Ultra korte keten PFAS (<C4) werden niet verwijderd tijdens de foam fractionation batchtesten zonder dosering.
  • PFCA-precursoren worden tijdens foam fractionation efficiënt geconcentreerd in het schuim. Dit is een belangrijk gegeven aangezien deze precursoren na verloop van tijd aanleiding kunnen geven tot PFAS-carbonzuren.

3/ Resultaten test 2

De verwijderingsefficiëntie is algemeen hoger bij de test met additief. Foam fractionation zonder additief had een beperkt rendement voor bepaalde componenten (PFPeA, PFHxA, PFBA en PFHpA). Uit test 2 blijkt dat foam fractionation met additief de verwijdering van deze componenten significant verhoogd tot >85%, behalve voor PFBA waar het rendement slechts 37% bedraagt.

Niet thermische plasma

De labtesten via niet-thermische plasmadestructie zijn succesvol verlopen. De hoofdcomponenten konden zo goed als volledig afgebroken en gemineraliseerd worden en de gevormde kleinere componenten konden tot een hoog niveau gemineraliseerd worden aan de hand van NTP Max. Het gebruik van NTA heeft een bijkomende blik geworpen op de analyses waardoor een dichting uit de labo/test opstelling vervangen kon worden. Andere analyses van specifieke PFAS componenten dienen wel in nader detail bekeken te worden met de projectpartner VITO die deze analyses uitvoert aangezien bepaalde analyseresultaten mogelijk uitbijters zijn, onverwacht of gewoon onmogelijkkvanuit chemisch standpunt.

De resultaten van de labtesten laten toe de instellingen en operationele parameters verder te verfijnen en bij te sturen in functie van de geplande piloottesten.

 

Tussentijds besluit: De resultaten tonen aan dat de combinatie van foam fractionation en NTP een goede behandelingstrein kan zijn; alle waarden liggen onder de (te verwachten) lozingsnormen van de individuele PFAS.

Project informatie

Status

Looptijd

01/12/2024

-

31/07/2026

Locatie

Website

Coördinator

Jan De Nul

Pieterjan Waeyaert

pieterjan.waeyaert@envisan.com

Technologie(ën) beschouwd in project

Milieucompartimenten

Type activiteit

Type zorgwekkende stof

Financieringsbron(nen)